Citaat | Hoge Raad 15 november 2000
Alinea 143 Hoge Raad 15 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8315.
3.3. Wellicht viel in het midden van de jaren 60 - gelet op HR 12 februari 1964, BNB 1964/95, het hopperzuiger-arrest - nog wel te verdedigen dat art. 16 Wet IB 1964 naar zijn strekking tot een eindafrekening zou verplichten indien een binnenlandse ondernemer zijn onderneming naar het buitenland overbrengt. Maar nu lijkt mij dat toch zeker niet meer het geval, althans niet in algemene zin. Na het hopperzuiger-arrest is de Nederlandse eenzijdige regeling ter voorkoming van dubbele belasting aangepast. Sindsdien wordt de winst van een buitenlandse onderneming berekend als waren de bedrijfsmiddelen die voor het drijven van die onderneming worden gebruikt, doch die niet van meet af aan daarvoor zijn gebezigd, bij de aanvang van dat gebruik aangeschaft voor de waarde in het economische verkeer.21 Voorts gaan de vele belastingverdragen welke Nederland na de invoering van de Wet IB 1964 heeft gesloten in het algemeen uit van de zelfstandigheidsfictie, waar het de bepaling van de winst van een buitenlandse vaste inrichting betreft. Dit een en ander heeft tot gevolg dat de claim van de Nederlandse fiscus op stille reserves in vermogensbestanddelen die overgaan naar een buitenlands ondernemingsdeel doorgaans niet teniet gaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803, en de alinea staat in dat document op bytes 43914 tot 45162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803 | shasum -a 256