Citaat | Hoge Raad 15 november 2000
Alinea 160 Hoge Raad 15 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8315.
In onderdeel 3 van mijn noot bij HR 20 januari 1988, BNB 1988/143, heb ik de stelling verdedigd en ook van argumenten voorzien, dat naar de oorspronkelijke opzet van de wetgever de opbouw van het belastbare inkomen volgens de art. 3 en 4 Wet IB 1964, hoewel geplaatst in het hoofdstuk van de binnenlandse belastingplicht, in de systematiek van die wet een veel algemenere strekking heeft. Iedereen, waar ook ter wereld, heeft potentieel een inkomen dat is opgebouwd volgens de Nederlandse wet. (…) Dit geldt dan ook mutatis mutandis voor art. 7 van de Wet Vpb. 1969. De consequentie van deze opvatting zou zijn dat termen als “belastbaar inkomen” en “belastbare winst” abstracte begrippen zijn, die niet specifiek zijn gebonden aan een subjectieve of objectieve belastingplicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803, en de alinea staat in dat document op bytes 51534 tot 52335.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803 | shasum -a 256