Citaat | Hoge Raad 15 november 2000

Alinea 184 Hoge Raad 15 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8315.

4.10. Het komt mij voor dat deze opvatting alleszins gerechtvaardigd is; ook naar mijn mening vergen doel en strekking van art. 16 dat de reikwijdte van de bepaling, waar het betreft lichamen vallend onder de fictie van art. 2, vijfde lid, Wet Vpb. 1969, niet beperkt wordt tot ondernemingsactiviteiten in materiële zin. In gelijke zin Bellingwout23, die mijns inziens een overtuigende argumentatie aanreikt :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803, en de alinea staat in dat document op bytes 61856 tot 62279.