Citaat | Hoge Raad 15 november 2000
Alinea 194 Hoge Raad 15 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8315.
In het eerste hierboven genoemde geval moet worden aangenomen dat, indien het lichaam hier te lande belastbare winst geniet, het jaar bij het einde waarvan de onderhavige fictie vervalt het laatste jaar is waarover zodanige belastbare winst door dat lichaam wordt genoten. Mitsdien zal afrekening moeten plaatsvinden. Aangezien in dit geval - algehele bedrijfsuitoefening in het buitenland - de winst op grond van de regeling van de eenzijdige vermijding van dubbele belasting of een met het desbetreffende land gesloten belastingovereenkomst meestal van Nederlandse belastingheffing zal zijn vrijgesteld, zal ook deze eindafrekeningswinst in feite meestal niet tot belastingheffing leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803, en de alinea staat in dat document op bytes 66447 tot 67150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803 | shasum -a 256