Citaat | Hoge Raad 15 november 2000

Alinea 97 Hoge Raad 15 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8315.

“(…) Bij het bepalen van de jaarlijkse winst is, zolang de belastingheffing niet wordt afgebroken, vrijheid het grondbeginsel. (…) Die vrijheid (…) leidt er onvermijdelijk toe dat bij de ene belastingplichtige een groter, bij de andere een kleiner deel van de in totaal te belasten winst tijdelijk onbelast blijft. Dat deel van de winst bestaat uit de stille reserves (vanuit fiscaal oogpunt): verschillen tussen de geldswaarde en de fiscale boekwaarde van activa en verschillen tussen de contante waarde van de schulden en het bedrag, waarvoor zij tot op dat ogenblik bij het bepalen van de winst in aanmerking zijn genomen. Die stille reserves worden, evenals de hierna te bespreken open fiscale reserves, belast in het laatste jaar, waarin de winst van het bedrijf of beroep wordt belast. Art. 7, tweede lid, noemt als voorbeeld de belangrijkste vorm er van. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b41cfb298271299c388841f3963279960b524bb23c53786f80355cba7343803, en de alinea staat in dat document op bytes 26614 tot 27505.