Citaat | Hoge Raad 17 november 2000

Alinea 39 Hoge Raad 17 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8363.

4.3 Waar uit art. 6:203 lid 1 BW volgt dat sprake is van onverschuldigde betaling indien een prestatie is verricht zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestaat, moet daaronder worden verstaan het ontbreken van een rechtsgrond die het verrichten van de prestatie rechtvaardigt (vgl. Parl. Gesch. Boek 6, blz. 805, voorlaatste alinea). Van het ontbreken van zodanige rechtsgrond kan onder meer sprake zijn niet alleen wanneer de overeenkomst waaruit een verbintenis tot betaling zou voortvloeien nietig is of vernietigd wordt, maar ook wanneer, zoals hier, een gemeente en een grondeigenaar een exploitatie-overeenkomst hebben gesloten waarin de grondeigenaar zich heeft verbonden een financiële bijdrage te betalen, maar de gemeente, in de woorden van het hiervoor onder 4.1 genoemde arrest van de Hoge Raad, haar in deze exploitatie-overeenkomst neergelegde aanspraak op een financiële bijdrage niet geldend kan maken omdat de exploitatie-overeenkomst niet voldoet aan de in de exploitatiever- ordening gestelde eisen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a152a0fcd0b2436d10e145f111c91c22f430d27b2acf58535c6696120862fd4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a152a0fcd0b2436d10e145f111c91c22f430d27b2acf58535c6696120862fd4e, en de alinea staat in dat document op bytes 11830 tot 12863.