Citaat | Hoge Raad 17 november 2000

Alinea 44 Hoge Raad 17 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8363.

5.2.2 Rechtsvorderingen ter zake van geldschulden ten laste van - voor zover hier van belang - gemeenten verjaarden ingevolge art. 1 van de met ingang van 1 januari 1992 ingetrokken Wet van 31 oktober 1924, Stb. 482, door verloop van vijf jaren na 31 de-cember van het jaar waarin de schuld opvorderbaar was geworden. Opvorderbaar in de zin van deze bepaling is een geldschuld zodra de bevoegdheid is ontstaan om onmid-dellijk de nakoming van de verbintenis te eisen, ongeacht of de schuldeiser op dat tijd-stip reeds bekend was met het bestaan van de ver- bintenis (laatstelijk HR 15 oktober 1999, nr. C98/004, NJ 2000, 138).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a152a0fcd0b2436d10e145f111c91c22f430d27b2acf58535c6696120862fd4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a152a0fcd0b2436d10e145f111c91c22f430d27b2acf58535c6696120862fd4e, en de alinea staat in dat document op bytes 13870 tot 14510.