Citaat | Hoge Raad 22 november 2000
Alinea 17 Hoge Raad 22 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 22 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8421.
3.2. Het Hof heeft feitelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat tussen de werkzaamheden en de evenvermelde ontvangsten een causaal verband bestaat, en heeft daaraan de gevolgtrekking verbonden dat die ontvangsten in beginsel dienen te worden aangemerkt als inkomsten uit arbeid. De enkele omstandigheid dat tussen de werkzaamheden en de ontvangsten een causaal verband bestaat - en zij derhalve de vergoeding voor die werkzaamheden vormen - is evenwel onvoldoende om die ontvangsten aan te merken als inkomsten uit arbeid. Daarvoor is voorts nodig dat die werkzaamheden zijn verricht in het economische verkeer. In een geval als het onderhavige, waarin de belastingplichtige werkzaamheden ten behoeve van zijn ouders verricht, zijn de werkzaamheden slechts in het economische verkeer verricht als zij het kader van de in familieverband gebruikelijke wederzijdse hulp en bijstand te buiten gaan. ’s Hofs gevolgtrekking berust derhalve op een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5a28f9c754ad0439cafc64fb92ac3e7d9f58911ab374c578bde35d1f895209f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5a28f9c754ad0439cafc64fb92ac3e7d9f58911ab374c578bde35d1f895209f, en de alinea staat in dat document op bytes 6158 tot 7144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d5a28f9c754ad0439cafc64fb92ac3e7d9f58911ab374c578bde35d1f895209f | shasum -a 256