Citaat | Hoge Raad 28 november 2000

Alinea 29 Hoge Raad 28 november 2000

Een alinea uit Hoge Raad 28 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8563.

4.3. De stukken van het geding zijn bij de Hoge Raad ingekomen na de inwerkingtreding op 1 juni 1999 van genoemde wet van 1 oktober 1998. Echter, niet kan worden aangenomen dat art. VII van die wet - welke overgangsbepaling op zichzelf geen onderscheid maakt tussen cassatieberoepen van het openbaar ministerie en die van verdachten - ook van toepassing is op een cassatieberoep van het openbaar ministerie in een geval als het onderhavige, waarin de op het moment van het instellen van het cassatieberoep geldende termijn voor het voorstellen van cassatiemiddelen reeds was verstreken ten tijde van het inkomen van de stukken van het geding bij de Hoge Raad. Voor die opvatting, die tot gevolg zou hebben dat na die binnenkomst van de stukken en de aanzegging daarvan aan het openbaar ministerie voor hem een nieuwe termijn voor het indienen van cassatiemiddelen zou gaan lopen, bevat de wetsgeschiedenis ook geen enkel aanknopingspunt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/21bfe5aba0dbdc7dccac41dfac2dd639bba06a93067321ce8989e80949de1c02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 21bfe5aba0dbdc7dccac41dfac2dd639bba06a93067321ce8989e80949de1c02, en de alinea staat in dat document op bytes 8650 tot 9600.