Citaat | Hoge Raad 29 november 2000
Alinea 16 Hoge Raad 29 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 29 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8604.
4.2. Het Hof heeft geoordeeld dat het aan het systeem van administratieve controle, zoals dat op belanghebbende van toepassing is, eigen is dat de inspecteur voor achteraf geconstateerde aanvoerverschillen betaling van accijns c.a. kan vorderen van de entrepothouder, indien deze heeft verklaard dat hij de producten in zijn entrepot wenst op te nemen. Hiermee is naar ’s Hofs oordeel in overeenstemming dat de gevolgen van fraude en andere onregelmatigheden, door wie ook gepleegd, in beginsel voor rekening van de entrepothouder komen, óók indien die onregelmatigheden hebben plaatsgevonden vóór of tijdens de inslag van een zending goederen. Kennelijk ligt hieraan ten grondslag het oordeel dat goederen ten aanzien waarvan een entrepothouder als belanghebbende verklaart deze in te slaan in zijn entrepot, voor de toepassing van de wettelijke bepalingen (in het bijzonder artikel 126 van de AWDA) geacht moeten worden in het entrepot te zijn ingeslagen, ook indien deze in werkelijkheid niet zijn ingeslagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a101ded85fb695574b579b4e49569759ef4bf1ea9bf664f365064ab73f50ae8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a101ded85fb695574b579b4e49569759ef4bf1ea9bf664f365064ab73f50ae8, en de alinea staat in dat document op bytes 7617 tot 8648.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a101ded85fb695574b579b4e49569759ef4bf1ea9bf664f365064ab73f50ae8 | shasum -a 256