Citaat | Hoge Raad 1 december 2000

Alinea 58 Hoge Raad 1 december 2000

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8718.

4.4 Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het Hof met zijn in rov. 6.8 gegeven oordeel hetzij blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting hetzij dit oordeel niet naar de eis der wet met redenen heeft omkleed. Indien het Hof tot zijn oordeel zou zijn gekomen door uitsluitend op de inhoud van de brief te letten en de overige omstandigheden van het geval buiten beschouwing te laten, heeft het blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Zou het Hof de omstandigheden van het geval wel in zijn beoordeling hebben betrokken, dan is zonder nadere motivering niet begrijpelijk op grond waarvan het tot zijn voormelde oordeel is gekomen, in aanmerking genomen dat in de brief van 16 juli 1993 met zoveel woorden melding is gemaakt van de wens tot nakoming "van de openstaande facturen", alsmede dat die brief volgens 's Hofs in cassatie niet bestreden vaststelling afkomstig is van een incassobureau. De hierop gerichte klachten van onderdeel 3a treffen derhalve doel. De overige klachten behoeven geen behandeling meer.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36088c49b519c0b8344c16231a4918a00b861ba1d431448ec490b74adad3fce2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36088c49b519c0b8344c16231a4918a00b861ba1d431448ec490b74adad3fce2, en de alinea staat in dat document op bytes 16214 tot 17261.