Citaat | Hoge Raad 1 december 2000

Alinea 49 Hoge Raad 1 december 2000

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8719.

Grief IV bestreed het oordeel van de Rechtbank dat de verjaring van de vordering op Kenmark tijdig is gestuit. Het Hof overwoog in rov. 4 dat dit het geval is omdat de per telefax aan TTS verzonden brief van 10 januari 1992, waarvan een kopie op dezelfde dag eveneens per telefax is gezonden aan Kenmark, die deze fax ook heeft ontvangen, "geldt als een schriftelijke mededeling als bedoeld in art. 3:317 lid 1 BW: de tekst van die telefax, waarvan het relevante gedeelte door de rechtbank wordt geciteerd (…) is ondubbelzinnig en laat er geen twijfel over bestaan dat Intrepid het verhaal van haar vorderingen wenst voort te zetten".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fed81293df3c8ea069d1a60b623a8af757b1741a7509584f4cab91c494a436d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fed81293df3c8ea069d1a60b623a8af757b1741a7509584f4cab91c494a436d, en de alinea staat in dat document op bytes 12502 tot 13151.