Citaat | Hoge Raad 1 december 2000
Alinea 58 Hoge Raad 1 december 2000
Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8719.
3.4.2 Voorzover onderdeel II klaagt dat 's Hofs oordeel dat de ingevolge art. 3:317 lid 1 BW voor stuiting van de verjaring vereiste mededeling - ook - aan Kenmark is gedaan, onjuist althans onbegrijpelijk is, faalt het. Het Hof heeft immers vastgesteld dat de telefax van 10 januari 1992 aan TTS diezelfde dag in kopie aan Kenmark is gezonden en door deze is ontvangen. In het licht hiervan heeft het Hof niet van een onjuiste opvatting omtrent genoemde bepaling blijk gegeven. Het bestreden oordeel is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fed81293df3c8ea069d1a60b623a8af757b1741a7509584f4cab91c494a436d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fed81293df3c8ea069d1a60b623a8af757b1741a7509584f4cab91c494a436d, en de alinea staat in dat document op bytes 17382 tot 17950.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fed81293df3c8ea069d1a60b623a8af757b1741a7509584f4cab91c494a436d | shasum -a 256