Citaat | Hoge Raad 1 december 2000

Alinea 33 Hoge Raad 1 december 2000

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8721.

3.3 De Rechtbank heeft dit vonnis bekrachtigd. Zij heeft daartoe, kort weergegeven en voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen. Uit de verklaringen van de getuigen [eiser] en [de algemeen directeur] kan niet worden opgemaakt dat zij met hun verklaringen of gedragingen tijdens hun besprekingen die hebben geleid tot de overeenkomst, voor elkaar of de één voor de ander, de oorzaak zijn geweest van hun foutieve veronderstellingen. Er zijn geen concrete aanwijzingen in de verklaringen van de getuigen te vinden die erop wijzen dat [eiser] bij zijn veronderstelling is afgegaan op een verklaring of gedraging van [de algemeen directeur] en andersom is dat evenmin het geval. De Rechtbank heeft hieraan de conclusie verbonden dat het overeenstemmen van de foutieve veronderstelling op toeval heeft berust en dat beiden reeds de foutieve veronderstelling hadden, voordat zij met elkaar in gesprek zijn gegaan en tot overeenstemming zijn gekomen. Nu noch de veronderstelling van [de algemeen directeur] noch die van [eiser] is te herleiden tot enig gedrag van (één van) beiden tijdens de totstandkoming van de overeenkomst, is er tussen partijen geen wilsovereenstemming bereikt over doorbetaling van salaris na beëindiging van de dienstbetrekking die niet is gemaximeerd, aldus de Rechtbank. Op grond van dit een en ander heeft de Rechtbank geoordeeld dat "vast is komen te staan dat [eiser] er niet in is geslaagd de door hem gestelde inhoud van de overeenkomst te bewijzen".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b6aee45f5f13026720aa481856427f563298d65e80125c11e6b3f8c92727d57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b6aee45f5f13026720aa481856427f563298d65e80125c11e6b3f8c92727d57, en de alinea staat in dat document op bytes 8220 tot 9729.