Citaat | Hoge Raad 1 december 2000

Alinea 34 Hoge Raad 1 december 2000

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8721.

3.4 Het middel, dat zich richt tegen dit oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen, treft doel. Bij de verwerping van de stelling van [eiser] dat hij en [de algemeen directeur] (namens NVC) zijn overeengekomen dat het sociaal plan van toepassing zou zijn met de inhoud waarvan zij beiden uitgingen, te weten zonder het in dat plan voorkomende maximum, heeft de Rechtbank miskend dat, indien de bedoelingen van partijen met elkaar in overeenstemming zijn, de totstandkoming van een overeenkomst als door hen bedoeld niet wordt verhinderd doordat zij beiden bij het aan elkaar kenbaar maken van hun wil dezelfde onjuiste formulering hebben gebruikt, en dat met name niet is vereist dat het aan de ene of de andere partij of aan beiden te wijten is geweest dat een onjuiste veronderstelling heeft bestaan met betrekking tot de gebruikte formulering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b6aee45f5f13026720aa481856427f563298d65e80125c11e6b3f8c92727d57. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b6aee45f5f13026720aa481856427f563298d65e80125c11e6b3f8c92727d57, en de alinea staat in dat document op bytes 9749 tot 10624.