Citaat | Hoge Raad 17 november 2000
Alinea 44 Hoge Raad 17 november 2000
Een alinea uit Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8737.
(2) Het beroep van de eigenaar of houder van een motorrijtuig, of diens WAM-verzekeraar, op overmacht kan slechts slagen als hij aannemelijk maakt dat aan de bestuurder van het motorrijtuig ter zake van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen, voor zover van belang voor de veroorzaking van het ongeval, rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Daarbij zijn eventuele fouten van andere weggebruikers - daaronder begrepen het slachtoffer zelf - alleen van belang indien zij voor de bestuurder van het motorrijtuig zo onwaarschijnlijk waren dat deze bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden (HR 22 mei 1992, nr. 14665, NJ 1992, 527 en HR 4 oktober 1996, nr. 16077, NJ 1997, 147).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e5ecd11f4a25b86fbde92e38a8016e56213503cd993151bce196adde4e92676. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e5ecd11f4a25b86fbde92e38a8016e56213503cd993151bce196adde4e92676, en de alinea staat in dat document op bytes 12152 tot 12934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0e5ecd11f4a25b86fbde92e38a8016e56213503cd993151bce196adde4e92676 | shasum -a 256