Citaat | Hoge Raad 6 december 2000
Alinea 14 Hoge Raad 6 december 2000
Een alinea uit Hoge Raad 6 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8855.
3.1. De tweede klacht komt erop neer dat het Hof ten onrechte is voorbijgegaan aan het bewijsaanbod dat belanghebbende in haar beroepschrift en haar conclusie van repliek heeft gedaan. Dit bewijsaanbod betrof een afspraak die belanghebbende stelt begin september 1996 te hebben gemaakt met een vertegenwoordiger van de gemeente. Na in haar bezwaarschrift van 20 juni 1996 naar voren te hebben gebracht dat zij geen prijs meer stelde “op deze, te dure diensten” van de gemeente (het verwijderen van haar bedrijfsvuil), heeft belanghebbende volgens de vaststelling van het Hof op 23 augustus 1996 voorgesteld de daartoe door de gemeente verstrekte witte vuilzakken terug te geven, waarna op 29 augustus 1996 een telefoongesprek tussen vertegenwoordigers van partijen heeft plaatsgevonden. Volgens belanghebbende heeft de vertegenwoordiger van de gemeente bij die gelegenheid meegedeeld dat “de zaak was afgedaan en dat men de witte zakken zou ophalen”. Van de kant van de gemeente is het doen van deze mededeling ontkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e76d7883d74c3d5004dc6bc533521b7934cfd63f89a92e5450735511dc65ed74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e76d7883d74c3d5004dc6bc533521b7934cfd63f89a92e5450735511dc65ed74, en de alinea staat in dat document op bytes 6057 tot 7097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e76d7883d74c3d5004dc6bc533521b7934cfd63f89a92e5450735511dc65ed74 | shasum -a 256