Citaat | Hoge Raad 8 december 2000
Alinea 46 Hoge Raad 8 december 2000
Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8899.
3.5 Onderdeel 3 klaagt erover dat (rov. 11) van het bestreden arrest onbegrijpelijk is dan wel onvoldoende gemotiveerd. Het onderdeel wordt echter tevergeefs aangevoerd, omdat het Hof de stelling van [eiser] dat [verweerder] heeft ingestemd met de door hem ([eiser]) gekozen oplossing kennelijk niet als vaststaand heeft aangenomen. Nu [verweerder] de juistheid van die stelling niet heeft erkend en in de stellingen van [verweerder] besloten ligt dat [eiser] buiten hem om heeft gehandeld, is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Het behoefde geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ef287edcfd94736a2332169de3dfd67341e59fedc330c7c280008a3be5e4c2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ef287edcfd94736a2332169de3dfd67341e59fedc330c7c280008a3be5e4c2a, en de alinea staat in dat document op bytes 12538 tot 13114.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ef287edcfd94736a2332169de3dfd67341e59fedc330c7c280008a3be5e4c2a | shasum -a 256