Citaat | Hoge Raad 8 december 2000

Alinea 29 Hoge Raad 8 december 2000

Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8925.

3.2 Dienaangaande heeft de Rechtbank bij beschikking van 20 november 1997 de vrouw omtrent de inkomsten aan de zijde van de man tot bewijslevering toegelaten. Na vervolgens getuigen te hebben gehoord, heeft de Rechtbank bij eindbeschikking van 25 februari 1999 geoordeeld dat de vrouw erin was geslaagd te bewijzen dat aan de zijde van de man een inkomen van minstens ƒ 4.766,-- (bruto) per maand werd genoten, en op grond daarvan bepaald dat de man een uitkering van ƒ 2.100,-- per maand aan de vrouw zal betalen, daartoe nog overwegende dat, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de aldus door haar bepaalde uitkering "geheel in overeenstemming (…) met de wettelijke maatstaven" is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f16ee19c0044d17028c97a105ac75eb4a7031047b2b55daa17503a67497dfd63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f16ee19c0044d17028c97a105ac75eb4a7031047b2b55daa17503a67497dfd63, en de alinea staat in dat document op bytes 8725 tot 9431.