Citaat | Hoge Raad 8 december 2000

Alinea 31 Hoge Raad 8 december 2000

Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8925.

3.4 Het Hof heeft, wat dit laatste betreft, geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat zich hier een situatie als bedoeld in art. 1:160 BW voordoet en heeft voorts, wat de bewijslevering omtrent de inkomsten aan de zijde van de man betreft, het oordeel van de Rechtbank dat deze inkomsten minstens op ƒ 4.766,-- per maand moeten worden gesteld, onderschreven. Desondanks heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank vernietigd en de uitkering tot levensonderhoud alsnog op ƒ 350,-- per maand bepaald, daartoe overwegende dat dit "in overeenstemming met de wettelijke maatstaven" is (rov. 3.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f16ee19c0044d17028c97a105ac75eb4a7031047b2b55daa17503a67497dfd63. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f16ee19c0044d17028c97a105ac75eb4a7031047b2b55daa17503a67497dfd63, en de alinea staat in dat document op bytes 10032 tot 10654.