Citaat | Hoge Raad 15 december 2000

Alinea 47 Hoge Raad 15 december 2000

Een alinea uit Hoge Raad 15 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9039.

3.6 De onderdelen 3 en 4 van het middel in het incidentele beroep bestrijden het oordeel van de Rechtbank in rov. 7 van haar vonnis dat de vordering van SBA tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten niet kan worden toegewezen. Onderdeel 3, dat klaagt dat de Rechtbank buiten de rechtsstrijd is getreden, faalt reeds omdat [eiser] c.s. een grief hebben gericht tegen de beslissing van de Kantonrechter deze kosten toe te wijzen, zodat de Rechtbank de vraag onder ogen diende te zien of de desbetreffende vordering toewijsbaar was. De Rechtbank heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Bij de beoordeling van de door onderdeel 4 tegen dit oordeel gerichte klachten moet worden vooropgesteld dat de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten blijkens art. 6:96 BW een vordering tot vergoeding van schade is, zodat, wil deze vordering toewijsbaar zijn, een grondslag voor een vordering tot schadevergoeding moet bestaan. Deze grondslag is niet neergelegd in art. 23 van de wet, terwijl evenmin sprake is van onrechtmatig handelen jegens SBA. Gelet op enerzijds de belangen die de wet beoogt te dienen (vgl. hetgeen hiervoor in 3.3.2 is overwogen) en anderzijds de omstandigheid dat SBA, voor zover in dit verband van belang, slechts een functie vervult ter handhaving van de wet, kan immers niet worden aangenomen dat degene die de titel architect of een soortgelijke aanduiding voert zonder daartoe gerechtigd te zijn een eigen belang van SBA schendt. De onderdelen falen derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fc51c5a66d51c7f019228897efe7f71c536675cc0b26c89e045a7cc0a915ad4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fc51c5a66d51c7f019228897efe7f71c536675cc0b26c89e045a7cc0a915ad4, en de alinea staat in dat document op bytes 15634 tot 17143.