Citaat | Hoge Raad 19 december 2000
Alinea 36 Hoge Raad 19 december 2000
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9068.
De in het middel ontwikkelde gedachtegang komt erop neer dat, nu blijkens de bewijsvoering de verdachte met genoemde cheques - te zijnen behoeve - de aan [betrokkene B] toebehorende gelden heeft geïnd, hij die gelden niet “anders dan door misdrijf” onder zich had, zodat van verduistering van die gelden geen sprake kan zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab973fb08b990bc615d0c5b7425487156253a1531ec76c27944fea51d57cd2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab973fb08b990bc615d0c5b7425487156253a1531ec76c27944fea51d57cd2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 11458 tot 11801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab973fb08b990bc615d0c5b7425487156253a1531ec76c27944fea51d57cd2ee | shasum -a 256