Citaat | Hoge Raad 19 december 2000
Alinea 37 Hoge Raad 19 december 2000
Een alinea uit Hoge Raad 19 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9068.
5.2. Het middel mist feitelijke grondslag omdat het berust op een onjuiste lezing van het bestreden arrest. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan immers niet anders volgen dan dat de verdachte de aan [betrokkene B] toebehorende - in fondsen belegde - geldbedragen anders dan door misdrijf onder zich had en dat hij genoemde cheques valselijk heeft opgemaakt om zich daarmee die geldbedragen toe te eigenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ab973fb08b990bc615d0c5b7425487156253a1531ec76c27944fea51d57cd2ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ab973fb08b990bc615d0c5b7425487156253a1531ec76c27944fea51d57cd2ee, en de alinea staat in dat document op bytes 11839 tot 12258.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ab973fb08b990bc615d0c5b7425487156253a1531ec76c27944fea51d57cd2ee | shasum -a 256