Citaat | Hoge Raad 20 december 2000

Alinea 32 Hoge Raad 20 december 2000

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA9970.

3.8. Bij de toetsing van de rechtmatigheid van de onteigening heeft de onteigeningsrechter een beperkte taak, zoals uiteengezet in het arrest van de Hoge Raad van 9 februari 2000, nr. 1272, NJ 2000, 418. Dat de onteigeningsrechter in dat kader de toetsing dient te verrichten naar de situatie ten tijde van het (besluit tot goedkeuring van het) onteigeningsbesluit, en op grondslag van tegen de onteigening gerichte bezwaren die reeds in de aan het onteigeningsgeding voorafgaande procedure bij het bestuur naar voren zijn gebracht, belet de onteigeningsrechter echter niet - en ontslaat hem dan ook niet van de plicht - naar aanleiding van een desbetreffend verweer in dit verband acht te slaan op bezwaren die door anderen dan de onteigende in die procedure bij het bestuur naar voren zijn gebracht. Daarmee wordt immers geen inbreuk gemaakt op het stelsel waarin de beoordeling van deze bezwaren is overgelaten aan het bestuur en de rechter (slechts) de redelijkheid van deze beoordeling heeft te toetsen. Het zesde onderdeel, dat het andersluidende oordeel van de Rechtbank bestrijdt, is in zoverre gegrond. Het kan echter niet tot cassatie leiden, zulks op de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 6.16 en 6.17 vermelde gronden en op grond van hetgeen hiervoor in 3.6 is overwogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6386fd47d46642f811e5af7ec4c996e4cb0cfeb79ba739f342ad579fc98ae4d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6386fd47d46642f811e5af7ec4c996e4cb0cfeb79ba739f342ad579fc98ae4d4, en de alinea staat in dat document op bytes 15191 tot 16499.