Citaat | Hoge Raad 9 juni 2000

Alinea 40 Hoge Raad 9 juni 2000

Een alinea uit Hoge Raad 9 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AP0565.

3.2 SENA heeft de NOS op de voet van art. 7 lid 2 WNR voor de Rechtbank gedaagd. Zij vorderde, voor zover in cassatie van belang, vast te stellen dat de NOS over de periode van 1 januari 1995 tot en met 31 december 1997 aan haar een billijke vergoeding als bedoeld in art. 7 WNR verschuldigd is voor de uitzending, onder verantwoordelijkheid van de NOS via televisie of radio, van muziek vastgelegd op commerciële fonogrammen, waarbij als maatstaf dient te gelden een bedrag van ƒ 3.500,-- per uur voor uitzending van de muziek via de televisie en van ƒ 350,-- per uur voor uitzending van de muziek via de radio. Het aldus gevorderde bedrag zou op jaarbasis ongeveer ƒ 7.500.000,-- belopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a77a02f81c433f2098f56448c46ac34a756fd04438c3a3f8516d111aaf3ad1af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a77a02f81c433f2098f56448c46ac34a756fd04438c3a3f8516d111aaf3ad1af, en de alinea staat in dat document op bytes 11794 tot 12501.