Citaat | Hoge Raad 11 januari 2000
Alinea 32 Hoge Raad 11 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1682.
3.6. Bij de beoordeling van de subsidiaire klacht, waarin wordt aangevoerd dat het Hof bij overschrijding van een termijn als de onderhavige, die niet in overeenstemming is met art. 6 EVRM, had kunnen volstaan met oplegging van een lagere straf, moet worden vooropgesteld dat overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de regel dient te leiden tot strafvermindering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a34d670bd9e8bccca6c7c20c7698f647e2209a0788e7af2dfd639342fff39340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a34d670bd9e8bccca6c7c20c7698f647e2209a0788e7af2dfd639342fff39340, en de alinea staat in dat document op bytes 10454 tot 10873.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a34d670bd9e8bccca6c7c20c7698f647e2209a0788e7af2dfd639342fff39340 | shasum -a 256