Citaat | Hoge Raad 11 januari 2000
Alinea 33 Hoge Raad 11 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1682.
3.7. In aanmerking genomen hetgeen hiervoor onder 3.2 is overwogen is zonder nadere motivering, welke in de bestreden uitspraak ontbreekt, niet begrijpelijk dat het Hof heeft geoordeeld dat de overschrijding van de redelijke termijn in deze tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in zijn strafvervolging dient te leiden. Uit de door het Hof gegeven motivering volgt weliswaar dat het niet aan de verdachte heeft gelegen dat de zaak niet op de eerste vier terechtzittingen in hoger beroep kon worden behandeld, maar in de motivering wordt geen gewag gemaakt van omstandigheden die meebrengen dat de onderhavige vertraging een zo uitzonderlijke beslissing als hiervoor in 3.6 vermeld rechtvaardigt. De subsidiaire klacht van het middel is dus gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a34d670bd9e8bccca6c7c20c7698f647e2209a0788e7af2dfd639342fff39340. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a34d670bd9e8bccca6c7c20c7698f647e2209a0788e7af2dfd639342fff39340, en de alinea staat in dat document op bytes 10922 tot 11705.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a34d670bd9e8bccca6c7c20c7698f647e2209a0788e7af2dfd639342fff39340 | shasum -a 256