Citaat | Hoge Raad 30 mei 2000
Alinea 22 Hoge Raad 30 mei 2000
Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1705.
3.4. De Rechtbank heeft de tenlastelegging kennelijk zo verstaan, dat deze ziet op een van de soorten eenden als nader omschreven in art. 2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Jachtwet. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Gelet daarop geeft het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van de Rechtbank dat de tenlastelegging een voldoende feitelijke omschrijving bevat van hetgeen aan de verdachte wordt verweten geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting terwijl het evenmin onbegrijpelijk is, in aanmerking genomen dat het proces-verbaal van de terechtzitting niet inhoudt dat door of namens de verdachte is aangevoerd dat deze niet heeft begrepen waarop de tenlastelegging betrekking had.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faef6ee5bd0712645468e911c1a68ae89abd618736ed99f5f22ea4a2211c5519. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faef6ee5bd0712645468e911c1a68ae89abd618736ed99f5f22ea4a2211c5519, en de alinea staat in dat document op bytes 11015 tot 11735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/faef6ee5bd0712645468e911c1a68ae89abd618736ed99f5f22ea4a2211c5519 | shasum -a 256