Citaat | Hoge Raad 30 mei 2000

Alinea 28 Hoge Raad 30 mei 2000

Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1705.

4.3. Voormeld verzuim behoeft echter niet tot cassatie te leiden, aangezien de Rechtbank het verweer slechts had kunnen verwerpen. Immers, gelet op hetgeen de Rechtbank feitelijk en niet onbegrijpelijk heeft vastgesteld, te weten dat de verdachte zich in het jachtveld bevond en een loslopende jachthond bij zich had, welke jachthond kennelijk wild heeft gezocht en aan de verdachte een levende eend heeft geapporteerd, is sprake van "opsporen en bemachtigen van wild" als bedoeld in art. 1, eerste lid, van de Jachtwet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faef6ee5bd0712645468e911c1a68ae89abd618736ed99f5f22ea4a2211c5519. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faef6ee5bd0712645468e911c1a68ae89abd618736ed99f5f22ea4a2211c5519, en de alinea staat in dat document op bytes 13309 tot 13842.