Citaat | Hoge Raad 8 februari 2000

Alinea 22 Hoge Raad 8 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 8 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD1780.

3.4.1. Dat heeft tot gevolg dat moet worden onder zocht of de subsidiaire eerste klacht terecht is voorgesteld. Die klacht is in het bijzonder gericht tegen de in de bestreden uitspraak onder het kopje "De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie" onder 8 weergegeven overweging. In dit verband ver dient het allereerst opmerking dat het Openbaar Ministerie, nadat het in eerste aanleg was geconfronteerd met niet-ontvankelijkverklaring in de vervolging, bij brief van 18 november 1998, zoals hiervoor onder 3.2.2 aangeduid, een pakket Duitse, gedeeltelijk aanvankelijk als vertrouwelijk aangemerkte stukken, ter beschikking van het Hof heeft gesteld met het kennelijk doel de rechter en de verdediging te informeren omtrent de besluitvorming in Duitsland en de gang van zaken met betrekking tot de onderhavige pseudokoop-actie. Voorts heeft de Procureur-Generaal, zoals hiervoor onder 3.2.3 weer gegeven, erop gewezen dat de Duitse autoriteiten bereid zijn ter terechtzitting te verschijnen en "een en ander" te verduidelijken. Met dit "een en ander" is kennelijk de pseudokoop-actie bedoeld. Het Hof heeft in die laatste omstandigheid klaarblijkelijk geen grond gezien om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen en dagvaarding of schriftelijke oproeping van die autoriteiten als getuigen te bevelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdbc73a5bc37714261fd63b2495729788bfde408be4c39f24f0206302c03a487. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdbc73a5bc37714261fd63b2495729788bfde408be4c39f24f0206302c03a487, en de alinea staat in dat document op bytes 10151 tot 11474.