Citaat | Hoge Raad 5 januari 2001
Alinea 41 Hoge Raad 5 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9307.
3.9 Middel 2, dat is gericht tegen dit oordeel van het Hof, is gegrond. Na de sluiting van de mondelinge behandeling door de Rechtbank heeft [verweerder] in zijn hiervoor in 3.3 vermelde brief aan de Rechtbank voor het eerst van zijn zijde een viertal deskundigen voorgesteld. Winterthur heeft daarop niet gereageerd. De Rechtbank heeft zich niet ervan vergewist of het uitblijven van een reactie van de kant van Winterthur betekende dat deze zich met het voorstel van [verweerder] verenigde. De Rechtbank had in de gegeven situatie, alvorens te beslissen, in het kader van het in art. 221 Rv. voorgeschreven overleg met partijen Winterthur in de gelegenheid moeten stellen zich over de door [verweerder] voorgestelde deskundigen uit te laten. Door dit bij het geven van haar beide in 3.4 vermelde beschikkingen na te laten heeft de Rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor veronachtzaamd. Het in andere zin luidende oordeel van het Hof geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca20825d847463ab63b40033bbaedfdf45f86a2e7e0400c3a7b91c494f54e49e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca20825d847463ab63b40033bbaedfdf45f86a2e7e0400c3a7b91c494f54e49e, en de alinea staat in dat document op bytes 11795 tot 12795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca20825d847463ab63b40033bbaedfdf45f86a2e7e0400c3a7b91c494f54e49e | shasum -a 256