Citaat | Hoge Raad 5 januari 2001
Alinea 48 Hoge Raad 5 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9314.
3.3.1 Het middel voert, samengevat weergegeven, tegen 's Hofs arrest aan dat volgens art. 184 lid 2 Rv. de hiervoor in 3.1 onder (iii) vermelde verklaring dwingend bewijs van de waarheid van deze verklaring oplevert tussen [A B.V.] en Brooke en dat voor [A B.V.], ingevolge art. 178 lid 2 Rv. tegenbewijs open staat. Ingevolge art. 123 F., geldt deze bewijsregeling ook tussen de curator en Brooke. Het Hof is, aldus het middel, ten onrechte voorbijgegaan aan de dwingende bewijskracht van de in de akte opgenomen verklaring. Het Hof heeft althans in het licht van de art. 184 lid 2 en 178 lid 2 Rv. en art. 123 F., zijn oordeel dat Brooke geen bewijs kan ontlenen aan de in de tot levering bestemde akte opgenomen finale kwijting, niet voldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/01203fca849983e9e5e5dc52ae9c8922446b5165d8752272ca33ac7e1e35ad66. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 01203fca849983e9e5e5dc52ae9c8922446b5165d8752272ca33ac7e1e35ad66, en de alinea staat in dat document op bytes 13017 tot 13789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/01203fca849983e9e5e5dc52ae9c8922446b5165d8752272ca33ac7e1e35ad66 | shasum -a 256