Citaat | Hoge Raad 9 januari 2001
Alinea 23 Hoge Raad 9 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9369.
3.3. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM en art. 14, eerste lid, IVBPR dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat bij de verdachte dienaangaande bestaande vrees objectief is gerechtvaardigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0901fa82b949f13e3496a8fafe4b2eb5b802af6264cd8b4cf722863e363720b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0901fa82b949f13e3496a8fafe4b2eb5b802af6264cd8b4cf722863e363720b5, en de alinea staat in dat document op bytes 7477 tot 8027.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0901fa82b949f13e3496a8fafe4b2eb5b802af6264cd8b4cf722863e363720b5 | shasum -a 256