Citaat | Hoge Raad 9 januari 2001
Alinea 73 Hoge Raad 9 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 9 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9372.
5.4. Het Hof heeft het verweer kennelijk en niet onbegrijpelijk aldus verstaan dat de betrokkene zich erop beroept dat hij de verschuldigdheid en inhouding van de provisie -zoals (ook voor die percentages) gebruikelijk bij de bemiddeling bij beleggingen in beleggingsfondsen- met [de getuige] was overeengekomen en dat daarom de provisiebedragen niet als wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen gelden. Aldus verstaan vindt het verweer zijn weerlegging in de inhoud van het onder 5.3 vermelde bewijsmiddel. Daarom kan het middel niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5da446e2e85aacf4a781acf3c359b73cce743a109408789d083e57757fb985f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5da446e2e85aacf4a781acf3c359b73cce743a109408789d083e57757fb985f0, en de alinea staat in dat document op bytes 18667 tot 19238.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5da446e2e85aacf4a781acf3c359b73cce743a109408789d083e57757fb985f0 | shasum -a 256