Citaat | Hoge Raad 12 januari 2001

Alinea 58 Hoge Raad 12 januari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9430.

Onderdeel 4 klaagt dat dit oordeel onbegrijpelijk is en voert daartoe het volgende aan. De Rechtbank heeft in haar vonnis van 13 maart 1997 onder 1.7 vastgesteld dat de eerste mestronde was van mei tot juli 1993, en onder 1.10 dat [verweerster] op 25 juni 1993 de koopsom van ƒ 450.000,-- aan [eiser] heeft overgemaakt. Deze feiten zijn in hoger beroep niet bestreden. Onbegrijpelijk is dat het Hof de rentevergoeding ad 6% per jaar van ƒ 450.000,-- (derhalve 1% over een periode van twee maanden) voor wat betreft de eerste mestronde volledig heeft toegewezen, nu de hoofdsom van ƒ 450.000,-- eerst is voldaan door een betaling op 25 juni 1993, die door [eiser] op 29 juni 1993 is ontvangen, naar deze heeft gesteld. Dus had het Hof de rente moeten berekenen vanaf 29 juni 1993, althans 25 juni 1993, tot aan het einde van de eerste mestronde, en niet over de gehele periode van de eerste mestronde van twee maanden, die op 29 althans 25 juni 1993 reeds ten minste een maand gaande was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa980c3e888fa184e948b9d17278ed6a7a1f1504e71b4e1ccbef41d3b19f4544. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa980c3e888fa184e948b9d17278ed6a7a1f1504e71b4e1ccbef41d3b19f4544, en de alinea staat in dat document op bytes 15801 tot 16804.