Citaat | Hoge Raad 12 januari 2001

Alinea 80 Hoge Raad 12 januari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9433.

2.9 Aan het rechtsmiddel van verzet ligt het beginsel van hoor en wederhoor ten grondslag(5). Een gedaagde die bij de behandeling der zaak niet tegenwoordig was en daardoor zijn belangen niet aan de rechter kon voordragen, moet alsnog de gelegenheid hebben dit te doen, en wel bij dezelfde rechter, opdat het recht van beroep niet teloor gaat(6). Dit beginsel is een uitvloeisel der billijkheid, welke ook in de regelen van procesrecht haar plaats heeft. Het is een uitvloeisel van het diepere en algemene beginsel, dat beide partijen moeten zijn gehoord, alvorens een veroordeling definitief is.(7)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba, en de alinea staat in dat document op bytes 23526 tot 24139.