Citaat | Hoge Raad 12 januari 2001
Alinea 83 Hoge Raad 12 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9433.
2.12. Er moet op zijn minst sprake zijn van een naar buiten toe kenbare daad(12), waaruit noodzakelijkerwijs bekendheid met de inhoud van het vonnis voortvloeit. De enkele terhandstelling van een verstekvonnis door eiser aan gedaagde en een getekende verklaring voor ontvangst, is onvoldoende(13). Leest de veroordeelde het vonnis in aanwezigheid van een derde die het vonnis aan de veroordeelde had afgegeven, dan levert dit wel een daad van bekendheid op(14).Ook moet de daad als bedoeld in art. 81 van de veroordeelde zelf afkomstig zijn. Een daad van diens raadsman, waaruit de bekendheid met het vonnis bij deze laatste noodzakelijk voortvloeit, kan niet daarmee worden gelijkgesteld, ook niet indien deze raadsman als vertegenwoordiger van de veroordeelde optrad.(15)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba, en de alinea staat in dat document op bytes 25512 tot 26300.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba | shasum -a 256