Citaat | Hoge Raad 12 januari 2001
Alinea 85 Hoge Raad 12 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9433.
"Naar door de rechtbank in haar tussenvonnis van 27 juni 1996 terecht is overwogen, neemt in het geval van een niet in persoon betekend vonnis de verzettermijn van 14 dagen ingevolge het bepaalde in art. 81 lid 1 Rv. een aanvang op het moment dat uit een (persoonlijke) daad van de veroordeelde blijkt dat het vonnis hem bekend is. Feiten en omstandigheden die slechts kunnen doen vermoeden dat het vonnis aan de veroordeelde bekend is zijn daarvoor onvoldoende. Nu een enkel tot zich nemen van een envelop met deurwaardersbescheiden geen daad van de veroordeelde is waaruit noodzakelijk voortvloeit dat een zich in die envelop bevindend vonnis hem bekend is en een op enig moment geopend aangetroffen worden van die envelop zulks niet anders doet zijn (aangezien de envelop niet door of vanwege de veroordeelde behoeft te zijn geopend en de opening van de envelop bovendien niet noodzakelijkerwijze kennisneming van de inhoud daarvan door de veroordeelde impliceert), faalt de door [eiser] tegen het tussenvonnis van de rechtbank gerichte grief 1. De rechtbank heeft [verweerster] terecht in haar verzet ontvankelijk geacht. Aan het door [eiser] te dezen gedaan aanbod tot bewijs kan als niet terzake dienend worden voorbijgegaan."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba, en de alinea staat in dat document op bytes 26418 tot 27663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba | shasum -a 256