Citaat | Hoge Raad 12 januari 2001

Alinea 95 Hoge Raad 12 januari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9433.

2.20 Essentieel voor deze overeenkomst heeft de rechtbank geacht (en het hof heeft dat overgenomen) de termijn van oplevering, de vraag of er al dan niet sprake was van bodemverontreiniging, de wijze waarop de vraagprijs betaald zou worden en de aanwezigheid van een financieringsmogelijkheid voor [eiser]. De klacht dat het hof niet zou hebben onderzocht wat voor partijen essentieel is geweest, mist derhalve feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba, en de alinea staat in dat document op bytes 33331 tot 33779.