Citaat | Hoge Raad 12 januari 2001
Alinea 97 Hoge Raad 12 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9433.
2.22 Bij pleitnotitie (nr. 71) heeft [eiser] uitsluitend betoogd dat de leemte ontstaan doordat geen overeenstemming bestond over de termijn van oplevering, aangevuld zou kunnen worden door de redelijkheid en billijkheid. Wat de andere drie onderdelen betreft heeft [eiser] dit argument pas in cassatie aangevoerd; het moet derhalve als een ongeoorloofd novum buiten beschouwing blijven(20). Dat betekent dat hij bij zijn resterende klacht geen belang heeft. Ook als zou moeten worden geoordeeld dat de termijn van oplevering door redelijkheid en billijkheid zou kunnen worden aangevuld, blijft het oordeel overeind dat over de andere drie onderdelen geen overeenstemming was bereikt. Nog afgezien van de vraag of de door het hof als essentieel aangemerkte onderdelen zich eigenlijk lenen voor aanvulling door de redelijkheid en billijkheid lenen, brengt aanvulling nog niet noodzakelijkerwijs met zich dat een overeenkomst tot stand is gekomen.(21)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba, en de alinea staat in dat document op bytes 34647 tot 35610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba | shasum -a 256