Citaat | Hoge Raad 12 januari 2001
Alinea 98 Hoge Raad 12 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9433.
2.23 Onderdeel 4 (nrs. 43-46) komt met een motiveringsklacht op tegen rechtsoverweging 4.5 waarin het hof heeft overwogen dat een eventuele koopovereenkomst moet worden geacht te zijn gesloten tussen CF Beheer B.V. en [verweerster]. Aangevoerd wordt dat uit de door [getuige 1] als getuige afgelegde verklaring blijkt dat hij al voordat zij op 8 december 1994 onderhandelden over het tot stand komen van een overeenkomst, wist dat men hem bij CF Beheer niet kende. Voorts heeft [onderneming A] bij brief van 9 december 1994 namens [eiser] of een nader te noemen meester de koopovereenkomst bevestigd. Onder deze omstandigheden valt volgens het onderdeel niet in te zien dat [verweerster] er niet op bedacht hoefde te zijn dat [eiser] niet langer ten behoeve van CF Beheer maar voor zichzelf beoogde te handelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba, en de alinea staat in dat document op bytes 35630 tot 36454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a41cb2fb467707c791efb83aaef5a8c8d9b71ab38fadb57cd74e1f7f40a78ba | shasum -a 256