Citaat | Hoge Raad 19 januari 2001
Alinea 47 Hoge Raad 19 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9556.
3.7 Het onderdeel ziet eraan voorbij dat in het onderhavige geval niet alleen in geschil was of de aan Oude Monnink verweten wanprestatie een risico ter zake van het ontstaan van schade in het leven heeft geroepen, maar ook of, in het bevestigende geval, dit risico zich vervolgens heeft verwezenlijkt. Oude Monnink betwistte immers dat als gevolg van de gebrekkige reparatie uit de koeler een zodanige hoeveelheid olie met het loopvlak van de achterband in aanraking is gekomen dat daardoor het risico in het leven is geroepen dat [eiser] met zijn motor zou slippen, en tevens dat hij bij het ongeval inderdaad is geslipt en het risico zich dus heeft verwezenlijkt. Door onder deze omstandigheden te oordelen dat [eiser] diende te bewijzen dat de lekkende oliekoeler heeft geleid tot het ongeval, voor welk bewijs gegeven de hiervoor in 3.6 vermelde regel zou volstaan dat zowel het in het leven roepen van slipgevaar als het slippen aannemelijk wordt gemaakt, heeft het Hof deze regel dan ook niet miskend. In zoverre faalt het onderdeel derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a92cd6378bc897074ac0e8c5abdc49e12cc85c1a279afd95f3b9ccfbacbe8c7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a92cd6378bc897074ac0e8c5abdc49e12cc85c1a279afd95f3b9ccfbacbe8c7b, en de alinea staat in dat document op bytes 16271 tot 17333.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a92cd6378bc897074ac0e8c5abdc49e12cc85c1a279afd95f3b9ccfbacbe8c7b | shasum -a 256