Citaat | Hoge Raad 19 januari 2001
Alinea 49 Hoge Raad 19 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9556.
3.9 Onderdeel 2 keert zich tegen het oordeel dat [eiser] niet geslaagd is in het bewijs van de door hem gestelde toedracht van het ongeval. Het onderdeel faalt. Het komt op tegen een aan het Hof als feitenrechter voorbehouden waardering van het bewijsmateriaal. Het aangevallen oordeel, dat voorzover het de aanwezigheid van olie op het loopvlak van de achterband betreft aldus moet worden begrepen dat niet is komen vast te staan dat een dusdanige hoeveelheid uit de koeler lekkende olie op dit loopvlak is terechtgekomen dat in beginsel moet worden aangenomen dat de motor van [eiser] als gevolg daarvan geslipt is, is niet onbegrijpelijk, noch onvoldoende gemotiveerd. Daarbij verdient nog opmerking dat, anders dan het onderdeel onder meer betoogt, het Hof uit de door de Duitse politie opgemaakte "Verkehrsunfallanzeige" heeft kunnen afleiden dat er op de plaats van het ongeval op het wegdek geen oliesporen zijn aangetroffen. Op het desbetreffende formulier is immers in de rubriek “Straszenzustand” achter de voorgedrukte woorden “Schlüpfrigkeit (Öl, Dung, Laub)” niets ingevuld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a92cd6378bc897074ac0e8c5abdc49e12cc85c1a279afd95f3b9ccfbacbe8c7b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a92cd6378bc897074ac0e8c5abdc49e12cc85c1a279afd95f3b9ccfbacbe8c7b, en de alinea staat in dat document op bytes 17578 tot 18689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a92cd6378bc897074ac0e8c5abdc49e12cc85c1a279afd95f3b9ccfbacbe8c7b | shasum -a 256