Citaat | Hoge Raad 19 januari 2001
Alinea 36 Hoge Raad 19 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9559.
3.3 In de onderdelen 1 en 2 wordt, voorzover hier van belang, aangevoerd dat de verwerping in rov. 4.15 van het tussenarrest van het Hof van 13 augustus 1996 van het door [eiser] gedane beroep op bedrog of dwaling, onjuist is. Het Hof overweegt, samengevat weergegeven, het volgende. Het beroep van [eiser] op ontbinding "omdat de auto van onwaarde is, of omdat [eiser] gedwaald zou hebben, dan wel bedrogen zou zijn, faalt evenzeer." [Eiser] is bezitter te goeder trouw van de auto die aan hem is teruggegeven na de aanvankelijke inbeslagname door de politie. Waarom de auto "van onwaarde is", zelfs voor eigen gebruik, is door [eiser] niet nader aangegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91c710376a2c74cbe2005b4b5ab4a34862e3b88fbc1ff69cebcd3c1d65da5431. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91c710376a2c74cbe2005b4b5ab4a34862e3b88fbc1ff69cebcd3c1d65da5431, en de alinea staat in dat document op bytes 8478 tot 9151.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/91c710376a2c74cbe2005b4b5ab4a34862e3b88fbc1ff69cebcd3c1d65da5431 | shasum -a 256