Citaat | Hoge Raad 26 januari 2001

Alinea 45 Hoge Raad 26 januari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9663.

Aan deze bepaling ligt de gedachte ten grondslag dat de vergaande bescherming welke de wet aan het uitsluitend recht op een merk verbindt, alleen dan gerechtvaardigd is, indien het desbetreffende teken in het economisch verkeer ook metterdaad wordt gebezigd om de waren of diensten van een onderneming te onderscheiden. Het gebruik moet derhalve betrekking hebben op een bepaalde, door de gebruiker verhandelde of ter levering aangeboden waar of aangeboden dienst. De vraag of enig gebruik als ‘normaal gebruik’ kan worden beschouwd, kan slechts worden beantwoord (i) door alle aan het geval eigen feiten en omstandigheden in aanmerking te nemen, waarbij (ii) beslissend is of het geheel van de aan het geval eigen feiten en omstandigheden, bezien in onderlinge samenhang en in verband met hetgeen in de desbetreffende sector van het economisch verkeer als gebruikelijk en commercieel verantwoord geldt, de indruk wekt dat het gebruik ertoe strekt voor de waren en diensten onder het merk een afzet te vinden of te behouden en niet enkel en alleen om het merk in stand te houden, en waarbij (iii) wat deze feiten en omstandigheden betreft in de regel valt te letten op de aard, de omvang, de frequentie, de regelmaat alsmede de duur van het gebruik in verband met de aard van de waar of dienst en de aard en de omvang van de onderneming (zie BenGH 27 januari 1981, NJ 1981, 333 inz. Turmac/Reynolds).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ccda7629e401152091ba3858f59284a7366e4701d8ef26ff579bd79945c8f7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ccda7629e401152091ba3858f59284a7366e4701d8ef26ff579bd79945c8f7d, en de alinea staat in dat document op bytes 16540 tot 17957.