Citaat | Hoge Raad 26 januari 2001

Alinea 70 Hoge Raad 26 januari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9665.

In de eerste plaats is niet gesteld of gebleken dat de RDW vóór de bedoelde uitspraken van de ARRS en ABRS in enig geval is afgeweken van haar beleid om een parallelimporteur niet de mogelijkheid te bieden bewijs te leveren dat de door hem ingevoerde auto nieuw was, en evenmin dat de RDW die mogelijkheid ooit heeft overwogen. Derhalve kan ervan worden uitgegaan dat in de bedoelde 195 gevallen die mogelijkheid niet (eerder dan in een procedure voor de ARRS/ABRS) zou zijn geboden. Het feit dat de RDW, nadat [verweerster] in de bij de ARRS/ABRS aanhangige gevallen alsnog de gelegenheid kreeg te bewijzen dat deze auto's bij invoer nieuw waren, in verband met de onmogelijkheid - gelet op het tijdsverloop - voor [verweerster] om dat bewijs nog te leveren, alsnog is overgegaan tot het afgeven van blanco kentekenbewijzen voor die auto's, wijst erop dat de gevolgen van de onrechtmatigheid niet ongedaan konden worden gemaakt door [verweerster] alsnog de gelegenheid tot bewijsvoering te geven. Derhalve dient de vraag of dat bewijs al dan niet geleverd zou zijn, buiten beschouwing te blijven. (rov. 5.2)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e12f81eb28387d36e7eaf7b082f33fc95079b9b721560218568ea66094b9c5c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e12f81eb28387d36e7eaf7b082f33fc95079b9b721560218568ea66094b9c5c0, en de alinea staat in dat document op bytes 22282 tot 23405.