Citaat | Hoge Raad 26 januari 2001

Alinea 58 Hoge Raad 26 januari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9666.

3.7 Onderdeel 2.3 acht het in rov. 3.5 gegeven oordeel van de Rechtbank onjuist althans onbegrijpelijk en/of onvoldoende gemotiveerd, voor zover de Rechtbank overweegt dat de strekking van art. 7:658 BW niet noopt tot een andere bewijslastverdeling "behoudens bijzondere omstandigheden, waaromtrent niets is gesteld". Het onderdeel acht niet duidelijk waarom de hiervoor in 3.4 en 3.5 genoemde omstandigheden niet nopen tot een omkering van de bewijslast ten aanzien van de vraag of zich een gevaar als hier aan de orde heeft verwezenlijkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fea71fcb181ca2173cea43ed3e84ff38de1c98325770e1a3cf31cf187ddf0e0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fea71fcb181ca2173cea43ed3e84ff38de1c98325770e1a3cf31cf187ddf0e0b, en de alinea staat in dat document op bytes 16603 tot 17156.