Citaat | Hoge Raad 26 januari 2001
Alinea 61 Hoge Raad 26 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9666.
Tegen de achtergrond van het oordeel van de Rechtbank dat "[erflater] zelf in staat geacht moet worden - en, trouwens, ook is gebleken - om aan te geven op welke lokaties in het bedrijf hij in de loop der jaren werkzaam is geweest en gesteld noch gebleken is dat [erflater] minder mogelijkheden had dan De Schelde heeft om (eventuele) asbestblootstellingen op die lokaties aan te tonen" (rov. 3.6) geeft de beslissing van de Rechtbank de bewijslast in het onderhavige geval niet om te keren geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting; zij is zozeer verweven met een waardering van feitelijke aard dat zij in cassatie voor het overige niet op juistheid getoetst kan worden. Zij is evenmin onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fea71fcb181ca2173cea43ed3e84ff38de1c98325770e1a3cf31cf187ddf0e0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fea71fcb181ca2173cea43ed3e84ff38de1c98325770e1a3cf31cf187ddf0e0b, en de alinea staat in dat document op bytes 17838 tot 18556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fea71fcb181ca2173cea43ed3e84ff38de1c98325770e1a3cf31cf187ddf0e0b | shasum -a 256