Citaat | Hoge Raad 26 januari 2001
Alinea 64 Hoge Raad 26 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9666.
3.10 Onderdeel 4.2 - onderdeel 4.1 bevat geen klacht - strekt ten betoge dat de Rechtbank haar oordeel in rov. 3.7 onvoldoende (begrijpelijk) heeft gemotiveerd, nu de Rechtbank de hiervoor in 3.4 onder V genoemde omstandigheid niet in haar beschouwingen betrekt en deze omstandigheid, gevoegd bij de wel door de Rechtbank in haar overwegingen betrokken omstandigheden, tot het oordeel had kunnen leiden dat blootstelling van [erflater] aan asbest bij De Schelde voorshands bewezen geacht moest worden, behoudens door De Schelde te leveren tegenbewijs. De klacht onder 4.3 voegt daaraan toe dat de omstandigheid dat [erflater] ook elders aan asbest blootgesteld kan zijn, er slechts op duidt dat het volledige bewijs nog niet geleverd is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fea71fcb181ca2173cea43ed3e84ff38de1c98325770e1a3cf31cf187ddf0e0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fea71fcb181ca2173cea43ed3e84ff38de1c98325770e1a3cf31cf187ddf0e0b, en de alinea staat in dat document op bytes 19786 tot 20536.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fea71fcb181ca2173cea43ed3e84ff38de1c98325770e1a3cf31cf187ddf0e0b | shasum -a 256