Citaat | Hoge Raad 26 januari 2001

Alinea 33 Hoge Raad 26 januari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9668.

3.4.1 Onderdeel 2 wijst erop dat de schuldenaar heeft aangevoerd dat hij sinds het begin van het jaar 2000 aflost op de lening bij de Postbank met loon dat hij gedurende enkele maanden als uitzendkracht heeft verdiend en dat hij een opleiding volgt. Dit betoog komt erop neer dat de schuldenaar ten tijde van 's Hofs beslissing zoveel blijk had gegeven van gevoel van verantwoordelijkheid jegens zijn schuldeisers, dat niet meer gezegd kan worden dat hij niet te goeder trouw is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebdb6c9f3ca220abe644ab5fe75ccc29bbe9d46d160307d68cf0f9625755f9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebdb6c9f3ca220abe644ab5fe75ccc29bbe9d46d160307d68cf0f9625755f9f, en de alinea staat in dat document op bytes 12272 tot 12764.